Fit Test, HSE protocol en Vision maskers

27-05-2015

Stand van zaken rondom fittest conform HSE protocol         

Naar aanleiding van de aanhoudende onrust waarmee de markt wordt geconfronteerd en de negatieve berichtgeving die wij ondervinden hebben wij besloten u over het volgende te informeren.


Als gevolg van de, door het ministerie SZW aangekondigde, strengere asbestgrenswaarden werd het in 2014 noodzakelijk dragers van adembescherming bewust te maken van het belang van juist gebruik van maskers. Daarop is een bewustwordingscampagne “Doe jij luchtig over adembescherming” ontwikkeld, alsmede is in de asbestcertificatieschema’s de verplichting opgenomen dat dragers van adembescherming jaarlijks een fittest dienen te ondergaan om de passendheid van het masker te garanderen. Deze verplichting is per 1 januari 2015 geldend.


Op 19 mei 2014 heeft Ascert tezamen met een aantal leveranciers van ABM een intentieverklaring ondertekend waarmee gemaakte werkafspraken omtrent het fittesten zijn vastgelegd. (bijlage I) Deze intentieverklaring borgt de toepassing van het gebruik van het zogenoemde Operational Circulair 282/28 – Fit Testing Of Respiratory Protective Equipment Facepieces (oftewel HSE Protocol HSE 282/28 (Versie nr. 6, 30/04/2012)) bij het uitvoeren van fittesten.


In december 2014 bleek dat er onduidelijkheid was ontstaan over de vraag of bij maskers van dezelfde ‘familie’ één fittest kan volstaan voor zowel afhankelijke als onafhankelijke adembescherming. Meer concreet, volstaat één fittest voor gebruikers van zowel Scott Vision 2/RFF1000/RFF4000/Phantom Vision 2010 als voor Scott Vision 3 maskers?


Om duidelijkheid over dit standpunt te krijgen is op 13 maart 2015 door Ascert de vraag gesteld aan HSE en BSIF, de houdsters van het HSE Protocol, of één fittest kan volstaan in bovenstaande situatie (bijlage II). Daarop is op 1 april 2015 door HSE per mail geantwoord (bijlage III). In dit antwoord geeft HSE aan dat niet zij, maar de fabrikanten zelf kunnen beoordelen of verschillende maskertypes met één fittest volstaan.


Op 14 april 2015 heeft Ascert daaropvolgend dezelfde vraag aan Scott gesteld (bijlage IV), welk antwoord op 18 mei 2015 is bekendgemaakt (bijlage V).


Het antwoord van Scott verschaft duidelijkheid op de vraag, waarbij het volgende in ogenschouw genomen dient te worden:

  • Voorheen werd voor afhankelijke adembescherming (zoals de Vision 2/RFF1000/ 4000/Phantom Vision 2010) gebruik gemaakt van gele face seals en bij onafhankelijke adembescherming (zoals de Vision 3) grijze face seals.
  • Vanaf december 2014 is Scott ook bij afhankelijke adembescherming gebruik gaan maken van grijze face seals en zijn gele face seals niet meer verkrijgbaar.
  • Scott meldt dat gele face seals en grijze face seals verschillende producten zijn; de seals zijn van verschillend materiaal geproduceerd en hebben verschillende producteigenschappen.
  • Scott heeft geconstateerd dat indien beide face seals grijs zijn één fittest kan volstaan.
  • Scott heeft geconstateerd dat alleen bij identieke face seals één fittest kan volstaan. Een gele face seal kan dus niet met een grijze face seal als één fittest worden beschouwd.
  • Na recentelijk uitgebreid onderzoek geeft Scott aan dat zij “vanaf nu” akkoord gaan met één test, waarbij de datum van het document op ‘mei 2015’ staat.


Vanaf heden zullen wij dan ook bij fittesten met Vision 2/RFF1000/RFF4000/Phantom Vision 2010 en Vision 3 maskers de kleur van de face seals van het geteste masker op het certificaat noteren. Daarnaast zullen wij, indien zowel afhankelijke als onafhankelijke adembescherming gefittest dient te worden, één fittest afnemen indien blijkt dat dezelfde kleur face seals gebruikt worden.


Wij vertrouwen u hiermee naar behoren te hebben geïnformeerd en zijn uiteraard te allen tijde bereid u een mondelinge toelichting te geven.

 

Namens,

Peter Ploegaert, AMS-Visser te Raamsdonkveer

Wim Labrijn, AST te Rotterdam

Jeroen Korporaal, Dehaco te Lisserbroek



 



« Terug naar overzicht